Bij de tramhalte sprong een zwerfhond op een jonge vrouw en gaf haar een witte envelop die hij in zijn bek had. Toen ze de envelop opende, was ze totaal geschokt door de inhoud.

Emma voelde zich verbijsterd. Ze keek om zich heen in de hoop dat iemand de situatie zou verduidelijken. Maar iedereen staarde haar aan – net zo verbijsterd als zij. De hond jankte zachtjes, maar hield de envelop vast. Zijn lijf trilde, zijn poten klemden zich steviger vast aan haar jas, alsof hij bang was om opnieuw over het hoofd gezien te worden. Emma stak langzaam haar hand uit. Haar vingers trilden. Ze wilde de envelop bijna pakken… maar aarzelde toen. Vanbinnen voelde ze een vreemde angst opkomen. Haar gedachten raakten in de war. Wat als dit een grap is? Wat als er iets gevaarlijks in zit? Wat als er iets ergs gebeurt? Ze deed een stap achteruit. De hond maakte een zacht, pijnlijk geluid. Deze keer was het anders – pijnlijker, dringender. Hij zette zijn poten weer op Emma's benen, maar steviger, vasthoudender, alsof hij wist dat hij zijn laatste kans miste. En precies op dat moment stond een oudere vrouw op van het bankje.

Ze liep langzaam dichterbij, bekeek de hond aandachtig, vervolgens Emma, ​​en zei kalm:

— Neem het maar aan. Dieren hebben het nooit mis. Ze vinden altijd de juiste persoon.

Uitsluitend ter illustratie.

Emma aarzelde even... en nam toen eindelijk de envelop aan. Ze opende hem. En op dat moment veranderde haar gezichtsuitdrukking. Ze was totaal geschokt door wat ze erin aantrof. Het vervolg van het verhaal is te vinden in de eerste reactie. Binnenin zat een briefje met slechts één zin:

— Help me…