Ze hurkten neer op zijn hoogte, spraken zachtjes, boden spelletjes aan, caciopi, poppen, eenvoudige woorden, maar Oliver bleef roerloos staan, starend naar een onzichtbaar punt boven hen.
'Hij maakt een moeilijke tijd door,' zeiden ze vriendelijk, en legden uit dat het forceren van het voedsel de weerstand ervan verder kon verhogen, net als een deur die dichtgaat als je er te hard tegenaan duwt.
Charles stemde toe, maar vanbinnen voelde hij de angst in zijn borst knagen, omdat er in zijn hoofd één idee groeide: een kind kan mogelijk stil blijven liggen.
Deze ochtend leek de lucht zwaar, en Olivers stilte voelde niet langer als verdriet, maar als gevaar, een mist die oprukte zonder een geluid te maken.
De chef-kok protesteerde, het personeel vermeed oogcontact en Charles liep door de gangen als een man die de plattegrond van zijn eigen huis kwijt was.
Hij had al dagen slecht geslapen, en elke ochtend hoorde hij de echo van een vraag die hij niet hardop durfde uit te spreken: wat als mijn slaap langzaam verdwijnt?
Toen klonk er een zachte klop op de deur, timide, bijna alsof het hout toestemming vroeg om de wanhoop van de eigenaar van de machine te verdrijven.
Het was Eleÿa, de dienstmeid, stil, bijna onzichtbaar voor de meesten, een van die mensen die zo hard werken dat het lijkt alsof ze tot aan de muren bloeden.